
Psychische en psychiatrische aandoeningen zijn er in velerlei soorten, ernst en graden; ze zijn van alle tijden en worden in alle culturen in meer of mindere mate aangetroffen. Veel meer dan dat het geval is voor de puur somatische aandoeningen, kent de geschiedenis van de classificatie van deze aandoeningen tot niet zo lang geleden sterk uiteenlopende visies, naamgevingen en indelingen. Met de komst van de zesde versie van de International Classification of Diseases, Injuries and Causes of Death, kortweg de ICD, in 1948, waarin de psychiatrische stoornissen voor de eerste maal in een eigen hoofdstuk werden samengebracht, en de kort daarop in 1952 gepubliceerde Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders, voor insiders de DSM, is op dit punt veel verbeterd. Toch wordt het debat over classificatie en diagnostiek, ook in wetenschappelijke kringen, tot op de dag van vandaag in heftige mate gevoerd.
In deze lezing zal eerst kort iets over deze geschiedenis worden beschreven, waarbij het erom gaat te begrijpen waarom een classificatie binnen de psychiatrie complex is. Aan de orde komen het onderscheid normaal-abnormaal, de beschrijving en indeling van vaak moeilijk objectief vast te stellen psychiatrische symptomen, het ordenen van deze symptomen in syndromen en het vervolgens verder indelen van deze syndromen of aandoeningen in grotere categorieën. De betekenis van voortschrijdend inzicht vanuit de psychologische en psychiatrische wetenschap wordt toegelicht. Daarbij komt vooral ook de vraag aan de orde wat nieuw biologisch psychiatrisch onderzoek kan betekenen voor classificatie.
Na deze verhandeling wordt toegelicht hoe de huidige DSM tot classificatie van aandoeningen komt. Daarbij komen de verschillende assen waarop wordt geclassificeerd aan de orde, wordt de hoofdindeling van de stoornissen op As I, de syndromale stoornissen, en As II, de persoonlijkheidsstoornissen, van commentaar voorzien, en wordt het onderscheid tussen classificatie en diagnostiek uitgewerkt. De betekenis van co-morbiditeit wordt aangegeven.
In het laatste deel van de lezing zal worden ingegaan op de vraag wat de verschillende aandoeningen kunnen betekenen voor iemands mogelijkheden deel te nemen aan opleiding en arbeid. Wat zijn de symptomen en functioneringskenmerken die daarbij relevant zijn, hoe goed zijn deze behandelbaar en in welke mate zouden vooral maatregelen gericht op arbeidsomstandigheden of omgeving moeten worden genomen om mensen met psychiatrische handicaps toch een mogelijkheid te bieden deel te nemen aan zinvolle arbeid of dagbesteding ?
Bijbehorende presentatie in pdf kan worden toegezonden na een verzoek aan de secretaris van de NVKA: Dr L.A.M. Elders, e-mail: info@nvka.nl