Inleiding presentatie:
In 2000 werd de NVAB-richtlijn ‘Handelen van bedrijfsartsen bij werknemers met psychische klachten’ 1 geïntroduceerd, die inmiddels in 2007 is herzien. De richtlijn beschrijft het proces van controleverlies van de cliënt op zijn eigen situatie, tot het moment waarop de cliënt weer zelf de regie in handen heeft en zijn rollen kan invullen. De bedrijfsarts dient hierbij ondersteunend te zijn met procesmatige, activerende aanpak gericht op controleherstel en werkhervatting. Inmiddels zijn er mede op basis van deze richtlijn binnen de bedrijfs- en geestelijke gezondheidszorg diverse (multidisciplinaire) richtlijnen verschenen en in ontwikkeling, met activering als gemeenschappelijk thema. Een gestructureerde en activerende aanpak wordt dan ook vaak aanbevolen op zowel klacht- als functioneringsniveau. Maar hoe evidence-based zijn deze richtlijnen eigenlijk, en weten we genoeg over effectiviteit om alles op implementatie te zetten? Deze presentatie zal aan de hand van promotie-onderzoek van David Rebergen2 naar de effectiviteit van de bedrijfsarts-richtlijn psychische klachten, deze vragen proberen te beantwoorden. Tevens komen trends in richtlijnontwikkeling- en implementatie aan de orde.
Gebruikte methoden:
Dit promotie-onderzoek binnen 'Project Reïntegratie Politie' ('CO-OP study') is de eerste gerandomiseerde, gecontroleerde studie (RCT) die de effecten van een richtlijn voor psychische zorg evalueert op werkgerelateerde uitkomsten. Hierbij is training in de richtlijn van bedrijfsartsen geëvalueerd op werkhervatting, kosten-effectiviteit, tevredenheid, en handelen volgens de richtlijn.
Resultaten:
Training van bedrijfsartsen in een deels wetenschappelijk onderbouwde activerende richtlijn voor psychische bedrijfsgezondheidszorg is kosteneffectief. Dit met name voor stressgerelateerde aandoeningen, in vergelijking met gebruikelijke zorg met laagdrempelige toegang tot een psycholoog. Voor werknemers met ‘ernstigere’ psychische problematiek als depressie en angst, is snelle herkenning en doorverwijzing naar gespecialiseerde psychische zorg meer effectief. Ook hier blijft het echter van belang de individuele aanpak te combineren met werkgerichte interventies. De onderzoeksresultaten ondersteunen een gecombineerde activerende aanpak binnen de psychische bedrijfsgezondheidszorg, wat nu ook de tendens is in (de ontwikkeling van) recente richtlijnen. De volgende stap is nadere afstemming en onderbouwing van interventies voor subgroepen.
Conclusie:
Professionals binnen de bedrijfsgezondheidszorg wordt aanbevolen bij werknemers met stressgerelateerde problematiek, interventies met cognitief gedragsmatige elementen toe te passen, liefst in de werksetting. Daarnaast dient bij deze patiënten handelen volgens wetenschappelijk onderbouwde richtlijnen ondersteund te worden, aangezien dit tot aanzienlijke kostenbesparingen kan leiden, bij gelijkblijvende effecten. Bij werknemers met zwaardere psychische problematiek (depressie, angst) is snelle herkenning en verwijzing naar gespecialiseerde psychische zorg aan te bevelen. Deze staat op haar beurt beschreven in multidisciplinaire GGZ-richtlijnen, waarin inmiddels ook aandacht is voor functioneren.
Dit onderzoek bevestigt eerder onderzoek van Nieuwenhuijsen3 wat aantoont dat toepassing van richtlijnen en een gezamenlijke aanpak van werknemer, werkgever en zorgprofessional essentieel is in het realiseren van duurzame oplossingen op het werk. Het gebruik van diverse implementatietechnieken, waaronder Collaborative care en E-health4, wordt aanbevolen. Dit geldt onverminderd ook voor andere relevante richtlijnen die recent op het gebied van psychische bedrijfsgezondheid zijn ontwikkeld of worden ontwikkeld. Zo zal de multidisciplinaire richtlijn overspanning/burnout naar verwachting in januari 2010 verschijnen en geïmplementeerd dienen te worden bij de diverse beroepsgroepen.
Take-home-messages:
Literatuur:
Bijbehorende presentatie in pdf kan worden toegezonden na een verzoek aan de secretaris van de NVKA: Dr L.A.M. Elders, e-mail: info@nvka.nl